Purple Rain (1984)

Purple Rain is wellicht het meest iconische album in Prince’ oeuvre, al is het maar omdat het hem vanuit de positie van cultheld tot internationale superster katapulteerde. Het maakte van Prince dé artiest van 1984, maar in 2016 is de glans er nog steeds niet vanaf.

MK: “Waar Prince tot 1984 een nog wat obscure artiest was, werd hij door Purple Rain opeens de lieveling van iedereen. Toendertijd vond ik dat stiekem wat spijtig. Ik was een album eerder gegrepen door zijn muziek, met dit album was iederéén in een klap fan. Gekke vergelijking misschien, maar een beetje wat Doe Maar rond die tijd overkwam -buttons, kleding en accessoires, hysterische pubermeisjes- maar dan internationaal. Doe Maar stopte mede daarom, Prince is onafgebroken bezig gebleven. Prince’ muziek heeft toch ook wel wat meer de tand des tijds doorstaan. Dat geldt ook voor Purple Rain.”

EK: “Ik liep in ’84 ook in een Doe Maar-shirtje. Prince ontdekte ik in ’85 pas in volle glorie. Desondanks is het lastig om objectief naar dit album – de eerste die officieel onder de vlag Prince and the Revolution verscheen – te luisteren. Dit is een van die albums waarvan ik elke milliseconde uit mijn hoofd ken en ‘fris’ luisteren is dus geen mogelijkheid meer.”

MK: “Dat gevoel ken ik wel. Ik moet ook bekennen dat ik Purple Rain al jaren niet meer gedraaid heb, juist doordat ik het zo goed, misschien wel té goed ken.”

EK:Let’s Go Crazy markeert voor het eerst in Prince’ carrière dat hij een album niet met de titeltrack begint (zijn titelloze tweede uitgezonderd uiteraard), en is typisch zo’n nummer dat live een splijtzwam is. Mensen die zichzelf tot harde kern van fans rekenen, halen er de neus voor op. Reguliere muziekliefhebbers die Prince niet zo vaak live zien, onthalen het met gejuich. Dat laatste is terecht, de opwinding en de energie die er in zitten werken nog altijd aanstekelijk.”

MK: “Zeker! Ik ken elke milliseconde van Let’s Go Crazy, ik kan het nummer dromen, en ook ik moet altijd een beetje zuchten als hij het weer speelt. Al is de versie die hij de laatste jaren speelt, de zompige bluesrockversie op half het tempo van het origineel, wel weer verfrissend. Toch maakt opwinding zich elke keer van me meester bij de openingstonen en als Prince ‘Dearly beloved…’ declameert. Dat is gewoon iconisch. Voor mij hetzelfde als wat -pak ‘m beet- de openingsriff van Hotel California voor fans van The Eagles of de eerste tonen van Wish You Were Here voor Pink Floyd fans moet zijn.”

EK: “Ik heb Floyd ook erg hoog zitten en moet altijd zuchten als… Afijn, Let’s Go Crazy dus. Het thema is min of meer verwant aan 1999 en gaat over het ‘hier en nu’ genieten voordat het onvermijdelijke einde arriveert. ‘We’re all gonna die and when we do, what’s it all 4? Better live now, before the grim reaper comes knocking on your door.’ Tegelijk predikt Let’s Go Crazy óók een hiernamaals. Het toont Prince’ verschuivende perspectief. Voorheen domineerden de vleselijke lusten in vrijwel al zijn werk, op dit album richt Prince meer dan eens zijn blik op de hemelen. Onderwijl rockt de gitaar lekker door en wie tegen de finale van Let’s Go Crazy niet op zijn minst overrompeld is, moet zich afvragen wat hij of zij hier op dit blog doet.”

MK: “Hahaha, ja, inderdaad! En ook al ken je het misschien al uit ten treure, je kan niet anders dan weggeblazen worden. Zeker als je alleen de uit de bocht gierende gitaarsolo hoort. Meesterlijk, nog steeds. Terzijde: ik weet nog wel dat ik de LP kocht van het geld dat ik voor een rapport had gekregen en wel even opkeek toen ik Let’s Go Crazy hoorde. Het was weliswaar catchy, maar ook zo… ruig. Dat was ik niet gewend, dat rockgeluid. Van Jimi Hendrix had ik toendertijd nog nooit gehoord, Michael Jackson liet Eddie Van Halen op Beat It meespelen, maar dit kwam wel even wat harder binnen. En wat een contrast met Take Me With U! Wat ik toen en nog steeds het zwakste nummer van Purple Rain vind overigens. Het doet me eigenlijk niet heel veel, ook niet live. Het heeft een lekkere drive, fijne strijkers, maar het is zo braaf. Doe mij maar een ander duet: Erotic City, met Sheila E.”

pp_crazycityEK: “Wat verdorie gedegradeerd werd tot b-kantje van Let’s Go Crazy! Take Me With U lijkt vooral op Purple Rain gezet om nog enige binding te hebben met de gelijnamige film. Want Apollonia 6, Dez Dickerson en The Time horen we allemaal niet terug op het album. Gelukkig maar, want Purple Rain heeft daardoor een heel duidelijke focus. Apollonia mag hier alleen nog even opdraven om het lichtgewicht pop- en liefdesliedje een tweede stem te geven.”

MK: “Wat dan wel weer aardig was van Prince, aangezien hij dit nummer rücksichtlos van het Appolonia 6 album getrokken heeft. Net als overigens Manic Monday, dat hij later aan The Bangles gaf. Het lijkt me geen slechte beslissing om Take Me With U niet op Appolonia 6’ album te laten verschijnen. Waarschijnlijk deed hij dat omdat het, net als Manic Monday, te lief was voor het sexpoezen imago van zijn damesgroepje. Wat hem -behalve de link met de film- nou bezielde om het op Purple Rain te zetten, is mij een raadsel.”

EK: “Ach, op zich is Take Me With U een prima liedje, waar anderen een moord voor zouden doen. Maar ingeklemd tussen het aan alle kanten overklassende materiaal op Purple Rain, kan je niet anders dan het een zwakker moment op het album noemen. Temeer omdat Let’s Go Crazy en vooral Computer Blue in langere versies op het album hadden gestaan als Take Me With U er niet ook nog tussen gepropt moest worden.”

MK: “Eigenlijk doodzonde. Maar aan de andere kant wel begrijpelijk van commercieel oogpunt. Dat hij de langere versies van Let’s Go Crazy en Computer Blue er niet op heeft gezet, bedoel ik, he!”

EK: “Eerste échte hoogtepunt voor mij persoonlijk is The Beautiful Ones. Een nummer dat ik zo hartverscheurend mooi vind, dat ik de emotionele achtbaan vol liefde steeds instap. Ingetogen startend op de piano mijmert Prince over het hartezeer dat hij heeft omdat zijn lief niet kan kiezen tussen twee mannen. De Linn drummachine legt een stoïcijns ritme neer, de synths kleuren het geheel in.”

MK: “Ik heb begrepen dat hij het hier heeft tegen Susannah Melvoin, tweelingzus van Revolution-gitariste Wendy. Man, man, het zou maar voor je geschreven worden. Maar ik onderbrak je, sorry…”

EK: “Ik heb het me nooit afgevraagd over wie het ging. In de film kan ik er overigens niet naar kijken, de playbackact is zó duidelijk niet voor Apollonia. Luisteren des te meer. Vanaf een minuut of twee wordt de druk opgevoerd en vanaf drie minuten begint de track te kolken en komen er in de onderstroom steeds meer instrumenten bij. Die liggen diep in de mix, maar roepen wel een onrustig gevoel op. Prince krijst het uit. ‘Do U want him? Or do U want me? Cause I want U!!’ Vanaf vier minuten wordt het echt een muzikale draaikolk. Onvaste bekkens verstoren het ritme, de werkelijk fantastische gitaarpartij zet het op een janken en daar overheen verliest Prince al krijsend alle controle. Een fantastisch kunstwerk, dat me iedere keer weer tot in het diepst van de ziel raakt.”

MK: “Ik had het niet beter kunnen omschrijven. Voor mij is dit het onbetwiste hoogtepunt van het album. Als jochie van 12 luisterde ik er al keer op keer op keer ademloos naar, om naarmate ik ouder werd steeds meer te ontdekken aan geluidjes, riffjes, synth patronen die steeds hoger worden gepitcht. Het grijpt me ook nog steeds bij de keel, het legt nog altijd een laagje ijs op mijn ruggengraat. Nogmaals, het zou maar voor je geschreven zijn. Zó mooi. Het is naast Computer Blue het enige nummer van de plaat dat ik – ook nu nog – met gemak 20 keer achter elkaar kan afspelen zonder dat het me verveelt.”

EK: “Op volledig andere manier raakt Computer Blue me ook diep in mijn ziel. Het is een prachtige tweetrapsraket. Meertrapsraket eigenlijk, met een klassieke opener – een kort hoorspel – waarin Wendy en Lisa de hoofdrol spelen. Daarna volgt een fantastisch voortstuwend, bijna gejaagd te noemen stuk dat op bijna afstandelijk te noemen wijze probeert te begrijpen waar liefde heen kan verdwijnen. De tekst is niets meer dan een schets, maar werkt in combinatie met het ritme en vooral de grommende en gierende gitaarpartij gewoon fantastisch.”

MK: “Zo op eerste gehoor lijkt Computer Blue ‘gewoon’ een strakke rocker. Maar als je goed luistert, gebeurt er enorm veel. Gitaarpartijen en synths buitelen op geweldige manier om de geprogrameerde drums heen, die op zichzelf al briljant zijn verrijkt met de Linn-geluiden. Tot na iets meer dan twee minuten het nummer na een brute gitaarriff zich ontvouwt tot een suite, met nog twee delen, waaronder een gedeelte dat door Prince’ vader geschreven is en dat je in de film als kalm pianostuk terughoort.”

EK: “Je hoort echter ook precies waar de schaar er in is gezet om ruimte te maken voor Take Me With U. Er circuleren in perfecte kwaliteit ook versies van ruim 14 minuten op het internet. Die gaan me weer net iets te lang door doen realiseren dat de albumversie van Computer Blue nagenoeg perfect is.”

MK: “Ben ik niet helemaal met je eens. Het is mij om het even welke van die 14 minuten-versies op het album had mogen belanden, deze hadden van mij echt Take Me With U mogen vervangen. Jammer dat de Prince-politie zo fanatiek is, ik had graag al die lange versies hier geplaatst. Ik kan ook van de lange versie van het nummer geen genoeg krijgen. Overigens ook zó goed, hoe Computer Blue via gierende feedback overgaat in Darling Nikki.”

EK: “Fantastisch! Met Darling Nikki wordt wat mij betreft een hattrick gescoord. Voor het eerst op Purple Rain horen we de oude geilneef weer die Prince op zijn eerdere albums was, inclusief de humor die daarmee vaak gepaard ging. Het verhaal is best mal. Hij ontmoet een masturberende dame in de lobby van een hotel en vervolgens gaat hij met haar mee naar huis. Wat deed ze dan in hemelsnaam in een hotel? Dat is toch bij uitstek de plek waar promiscue types juist de hotelkamers op gaan met anderen. In dat huis heeft deze Nikki ‘everything that money could buy’, dus het zal geen budgetkwestie zijn geweest… Afijn, het nummer blijft voor Prince’ doen nog enigszins netjes, maar het schokte enkele ouders in de Verenigde Staten (waar onder Tipper Gore, vrouw van Al Gore) dusdanig dat de ‘parental advisory’ sticker werd uitgevonden.”

MK: “Toen ik het de eerste paar keer hoorde, klapperde ik wel even met mijn oren. Mijn Engels was niet zo ontzettend goed toen ik twaalf was, maar ik begreep genoeg om wel even rode konen te krijgen. Pas later kreeg ik altijd een grijns op mijn gezicht als ik die passage over het meisje dat zichzelf plezierde met een magazine, en niet doordat ze het aan het lezen was. Tuurlijk, hiphop was later een stuk groffer in de mond, maar toch…”

EK: “Los van de tekst is het echt een fantastische track, vol beukende drums (menig hardrocker zal erkennen dat de dubbele basdrum op het eind er voller in gaat dan die van menig metalband), piepende en krakende gitaren en een ontregeld gillende Prince. Heerlijk.”

MK: “De muziek was voor mij ook even wennen destijds. Maar toen ik echt dieper in Prince’ muziek zat, hoorde ik dat het fenomenaal was. Of ik het een essentiële track vind, dat niet meteen. Ik zou het niet meteen opzetten als ik iemand die nou wel eens wil horen wat er nu zo geweldig is aan Prince, zou moeten overtuigen. Tekstueel noch muzikaal. Al staat het wel als een huis, en vervolmaakt het inderdaad kant A van het album. Ik denk alleen wel dat ik die persoon zou wijzen op de achterstevoren afgespeelde boodschap, waar het propvolle, chaotische en hysterische nummer doodleuk mee eindigt. Want dat is dan wel weer een briljant staaltje Prince. Niet omdát hij er mee eindigt, maar vanwege de inhoud.”

EK: “Ja, precies. Waar veel kerken destijds opriepen tot plaatverbranding wegens ‘verborgen boodschappen van Satan’, eindigt Prince dit onverbloemd seksuele nummer doodleuk met de stichtelijke achterstevoren afgespeelde boodschap Hello, how R U? I’m fine, cause I know that the Lord is coming soon, coming, coming soon…’

MK: “There you go. In één nummer dé essentie van veel van Prince’ materiaal: door middel van sex het bereiken van een Goddelijke ervaring. Het profane en het sacrale in één. En -iets minder verheven- natuurlijk uitermate grappig dat hij wéét dat Godvrezende lui zouden willen horen wat de duivel in die boodschap te melden heeft, en mede daarom laat weten dat hij zélf een gelovig mens is. Geniaal.”

De poster van Prince and the Revolution die bij Purple Rain zit. Let vooral op hoe minimensje Prince hier tot reus is opgeblazen ten opzichte van zijn begeleidingsband.
De poster van Prince and the Revolution die bij Purple Rain zit. Let vooral op hoe minimensje Prince hier tot reus is opgeblazen ten opzichte van zijn begeleidingsband.

EK:Darling Nikki is het einde van een verbluffende plaatkant met – wat mij betreft – vier essentiële tracks en één die gewoon heel goed is. De start van de tweede zijde overschaduwt zelfs die vier essentiële tracks. When Doves Cry is dé klassieker op dit album die de tand des tijd het best heeft doorstaan. Prince heeft het ‘signature’ kale geluid waarmee hij eerder al experimenteerde geperfectioneerd.”

MK: “Dat hij de baslijn doodleuk heeft verwijderd, vind ik een meesterlijke zet. Typische Prince-iaanse arrogantie, in de goede zin van het woord. Het verhaal gaat namelijk dat hij in de studio zat en het nog niet echt vond werken, dat het nog niet urgent genoeg klonk. Waarop Prince besloot de schuif waaronder de baspartij zat dicht te draaien en hoorde dat When Doves Cry plots een veel frisser geluid kreeg, met veel meer power. ‘Noem iemand die dat durft‘, schijnt hij een beetje hanerig gezegd te hebben. Niemand dus, en zelfs leden van zijn band begrepen het niet. Warner in eerste instantie ook niet. Gelukkig heeft hij doorgezet, want we weten allemaal dat het een monsterhit werd. Een onwaarschijnlijke monsterhit, maar toch.”

EK: “Luister ook eens naar de tekst. Die is volgens mij persoonlijker dan de verder toch altijd wat afstandelijk schrijvende Prince normaliter is. Een onbetwiste klassieker die blijft verrassen.”

MK: “Ja, al moet ik toegeven dat ik When Doves Cry ook wat te veel gehoord had voordat ik ‘m net weer luisterde. Ook dit nummer kan ik dromen, en ik hoor ‘tegenwoordig’ liever een obscuur B-kantje live dan alweer deze. Op een of andere manier denk ik dat Prince het een tijdje ook niet meer kon horen, als je ziet hoe hij When Doves Cry tijdens bijvoorbeeld de Sign “O” The Times en Lovesexy tours verminkte, met blafgeluiden en blaaspartijen. Dan hoor ik toch liever de extreem kaal geproduceerde albumversie.”

EK: “Goed punt, tijdens die tours werd overigens het hele verplichte (en in beide tours identieke) Purple Rain-blokje afgeraffeld. De twee tracks die volgen op het album speelde hij toen al niet meer en ik heb daar zelf ook niet zo heel veel mee. I Would Die 4 U heeft een onverbloemd Messiaanse boodschap. Prince kruipt hier in de huid van Jezus. ‘I’m your messiah and you’re the reason why’, klinkt het. ‘I’m not a human, I am a dove, I’m your conscious, I am love. All I really need is 2 know that U believe.’ In de context van de film werkt het nummer prima in de finale waarin Prince met zijn band zegeviert, maar op de plaat is het een tussendoortje dat vooral een intro is voor Baby, I’m A Star. Ook daarvoor geldt dat het er een is die vooral in de context van de film tot zijn recht komt en dat het een echte liveklassieker is.”

MK: “Ik deel je mening wel een beetje. Al vind ik I Would Die 4 U wel degelijk interessant, omdat de tekst inderdaad nogal Messiaans is, maar je het net zo goed kunt lezen vanuit het persepctief van een man die zijn geliefde probeert te overtuigen voor hem te kiezen en in hem te geloven. Natuurlijk, als je deze tekst ook daadwerkelijk tegen een vrouw zou uitspreken, zou ze waarschijnlijk op z’n minst haar wenkbrauwen optrekken. Maar ik zie de tekst ook als een poging van Prince om Susannah Melvoin voor zich te winnen. Die dubbelzinnigheid vind ik fantastisch. Baby, I’m A Star is voor mij tekstueel typisch Prince. Vol zelfovertuiging en her en der wat arrogantie. Wat muziek betreft leggen zowel I Would Die 4 U als Baby, I’m A Star het af tegen bijvoorbeeld The Beautiful Ones en When Doves Cry. Wat je zegt, vanwege het livegevoel werken ze beter op het podium dan op plaat. Dat bleek ook wel tijdens de Purple Rain tour, waar beide nummers ellenlang werden uitgesponnen.”

EK: “Daarom vind ik die tour oervervelend om terug te luisteren. Wellicht mijn minst favoriete. Toch ligt dat livegevoel er niet voor niets in. De basis van I Would Die 4 U, Baby, I’m A Star én Purple Rain werd opgenomen op 3 augustus 1983, tijdens het eerste concert van The Revolution met Wendy Melvoin op gitaar in First Avenue, de concertzaal die ook een cruciale rol speelt in Purple Rain. Op het album werkt het vooral goed als soundtrack bij de filmbeelden én ook om het bandgevoel in de muziek te krijgen die je met de toevoeging ‘and the Revolution’ mag verwachten, want op de meeste hoogtepunten van het album is de band niet te horen. In die zin zijn zowel I Would Die 4 U als Baby, I’m A Star prima op hun plek, maar het zijn niet de hoogvliegers van het album.”

MK: “Volledig eens. Persoonlijk had ik achteraf deze twee liever niet op Purple Rain gezien. Achteraf, omdat ik niet alleen flink wat later de langere versies van Let’s Go Crazy en Computer Blue hoorde, maar ook het First Avenue concert op bootleg-dvd zag. Tijdens dat concert speelde hij een nummer waarvan ik het sindsdien nog steeds doodzonde vind dat hij het nooit heeft uitgebracht: Electric Intercourse. Ik ben niet honderd procent zeker of er een studioversie van bestaat, maar ik geloof wel dat hij het in gedachten had voor het album, en dat hij het er ten faveure van The Beautiful Ones heeft afgegooid. Nu is dat in geval van The Beautiful Ones niet erg, maar had het dan na bijvoorbeeld When Doves Cry in plaats van Take Me With U of I Would Die 4 U op het album gezet. Want Electric Intercourse is zó mooi!”

EK: “Jaaaa! Een track waarvan je weet dat het een klassieker zou zijn. Het feit dat hij het liet liggen, zegt ook wel iets. Hij had gewoon te veel. De afsluitende titeltrack is uiteraard wél een klassieker en vergeleken met het gelijktijdig opgenomen I Would Die 4 U en Baby, I’m A Star wél een hoogvlieger en dat is zeker ook aan The Revolution te danken. Het is, net als Let’s Go Crazy, ook zo’n splijtzwam bij concertbezoekers. ‘Casual’ bezoekers willen het graag horen, de harde kern weet het wel. Al moet gezegd dat de albumversie echt nooit aan kracht inboet. Enerzijds door de cryptische tekst. Het kan in feite overal over gaan en dat maakt dat iedereen er zijn eigen emoties op kan plakken.”

MK: “Ja, precies. Zeg maar wat I Would Die 4 U tekstueel ook interessant maakt. En wat Prince sowieso goed kan.”

EK: “Anderzijds is er het genoemde livegevoel, met her en der een niet zo zuiver aangeslagen gitaar en de kenmerkende ‘whoo’ vanuit het publiek. Het draagt alleen maar bij aan de voelbare emotie die vanuit de speaker de kamer in komt rollen. De gitaarsolo op het eind versterkt dat alleen maar en pakt je als luisteraar volledig in. Ongelooflijk dat er iemand heeft bedacht dat die werkelijk essentiële gitaarsolo best van de singleversie geknipt kon worden.”

MK: “Joh! Echt?? Dat wist ik helemaal niet. Man, man, wat een kapitale vergissing! Alhoewel, ondanks het ontbreken van de gitaarsolo werd het wel een hit. Blijkt maar weer hoe onverwoestbaar het nummer is.”

EK: “Ja, maar die solo hoort er nu eenmaal bij. Het mooie van het nummer is dat als je Prince op een goede avond treft en de emotie er tijdens een optreden echt is, het nummer nog steeds hard binnenkomt. Zelfs bij de fans die het al ontelbare keren live hoorden.”

MK: “Dat is wel waar. Prince heeft zelf gezegd dat dit nummer zijn ‘albatros’ is; het zal altijd boven hem blijven cirkelen. Hij beseft dat hij vrijwel geen keuze heeft om het te spelen, want hij mikt altijd op een groter publiek dan de die-hard fans. En dat grotere publiek wil nou eenmaal Purple Rain horen. Jarenlang heeft hij het ‘verkort’ gespeeld, coupletje, refreintje, lange solo met ‘whoo-hoo-hoo-hoo’ gezang van het publiek. Maar wat je zegt, als hij het op z’n heupen heeft, dan speelt hij ‘m ook helemaal en hakt het er enorm in.”

EK: “Als geheel is Purple Rain een onbetwiste klassieker. Zes van de negen tracks kwamen (al dan niet als b-kant) op een single terecht en de overige drie behoren tot de beste die Prince ooit opnam. Daarom voelt luisteren naar Purple Rain ook min of meer als luisteren naar een ‘Greatest Hits’. Toch is het ook een eenzijdig album, het laat vooral de op een breed publiek mikkende Prince horen, met een verschuiving naar pop/rock en minimale aandacht voor de funky kant. Niet dat het album daardoor minder is overigens. Het is een album waar je soms geen zin in kan hebben, maar het is onmiskenbaar een perfect in elkaar gezet geheel. Zeker als je het na een paar jaar weer eens van begin tot eind hoort, valt op hoe knap de boel in elkaar steekt.”

MK: “Heb ik eigenlijk niets meer aan toe te voegen. Hopelijk gaat de ooit beloofde re-issue er toch van komen, en hopelijk staan daar interessante extra’s op. Zoals Electric Intercourse in een kraakheldere versie. Want voor mij had dat -achteraf bezien- Purple Rain nog beter gemaakt. Maar goed, in deze configuratie is en blijft het gewoon dé Prince klassieker.”

PP_006_PurpleRain_albumPurple Rain

  1. Let’s Go Crazy
  2. Take Me With U
  3. The Beautiful Ones
  4. Computer Blue
  5. Darling Nikki
  6. When Doves Cry
  7. I Would Die 4 U
  8. Baby I’m A Star
  9. Purple Rain

Release: 25 juni 1984
Hoogste albumlijstnotering in Nederland en België: 1 (NL) | – – (BE)
Waardering: ****1/2
Essentiële nummers: Let’s Go Crazy, The Beautiful Ones, Computer Blue, When Doves Cry, Purple Rain

Purple Rain luisteren of kopen:
Tidal | Spotify | Bol.com

9 gedachten over “Purple Rain (1984)

  1. Prachtig hoe jullie The Beautiful Ones beschrijven, dat is zo’n killertrack. Als je dan weet dat ie dat helemaal in zijn 1-tje gemaakt heeft, slaat het ongeloof je bijna iedere keer weer in het gezicht als je hem terugluistert.

Geef een reactie