Diamonds And Pearls (1991)

Diamonds And Pearls was een groot succes in 1991, maar commercieel succes en creatief succes zijn twee verschillende dingen. Hoe hangt de vlag er 25 jaar na de release bij?

EK: “Prince viert geen verjaardagen. Of beter ‘vierde’. Ik blijf in de tegenwoordige tijd over hem praten. Rare gewaarwording. Hoe dan ook, bij Ivo Niehe vatte hij het hoe en waarom vanuit zijn geloofsovertuiging treffend samen. ‘Je hebt maar één geboortedag, omdat geboren worden en eenmalige gebeurtenis is’. Zit zeker wat in. Zelf zou hij vandaag dus weinig heisa hebben gemaakt van zijn 58ste verjaardag. Ik weet daarom niet goed wat ik moet vinden van de officiële ‘Prince Day die vandaag moet zijn en die behoorlijk viral gaat. Feit is ook dat we vandaag Diamonds And Pearls gaan bespreken en ik het op een dag als 7 juni ook gek vind niet heel even stil te staan bij Prince’ geboortedag. Zoals ik dat ieder jaar toch al deed door een opname van een show op te zetten uit de tijd dat hij nog wel gewoon een fuif vierde op deze dag. Afijn, Diamonds And Pearls dus. Ik moet zeggen dat ik dit album nooit echt gevoeld heb. De tour die in 1992 aan dit PP_DiamondsPearlsHologramalbum was gekoppeld heb ik meer reguliere shows van gezien dan van welke andere tournee ook. Het was lente en zomer, ik was jong en woonde nog thuis. Dus al mijn geld kon in concertkaartjes en vervoer worden gestoken. Maar het album dat bij de concerten hoorde (direct tweemaal gekocht, zowel de hologramcover als de reguliere blauwe) is vrij snel in de kast verdwenen om er amper meer uit te komen. Ik vond het materiaal destijds minder aantrekkelijk dan niet alleen het klassieke werk uit de jaren ’80, maar ook minder dan hetgeen op Graffiti Bridge en zelfs Batman te vinden was. Het is dus alweer een tijd geleden dat ik Diamonds And Pearls van begin tot eind draaide. Hij blijkt zelfs niet op mijn iPod dan wel in iTunes te staan.”

MK: “Na het -toendertijd- voor mij nogal ontnuchterende Graffiti Bridge zat ik een beetje in tweestrijd na de aankondiging van een nieuw album. Aan de ene kant keek ik toch weer reikhalzend uit naar een nieuwe plaat, want die was vast beter dan de vorige -al bevatte dat album een paar sublieme Prince tracks- maar tegelijkertijd bedacht ik me lichtelijk benauwd: ‘wat als de nieuwe niet beter is dan de vorige?’ Ik bedoel, het was alweer eventjes geleden dat hij iedereen met elke nieuwe plaat verbluft achterliet, zo’n groei zat er in zijn werk. Maar dat was na Lovesexy -en volgens sommigen al tijdens die plaat en tour- gestokt. Prince ging voor het eerst op safe spelen, voor het eerst trends volgen in plaats van ze te zetten. Zou hij met het nieuwe album weer terugkeren naar zijn vorm van de jaren ’80? Laat ik kort zijn: nee. Okee, Diamonds And Pearls is een tamelijk coherente plaat, met een herkenbaar geluid en een tamelijk eenduidige sfeer. Dat was na de rommelige voorganger met al die nummers van andere acts nogal een opluchting. Maar ik weet nog dat die tweestrijd die ik voorafgaand aan de release had, volledig tot wasdom kwam na de eerste beluistering. Ik vond de meeste nummers op zich goed, maar het klonk allemaal zo… bedacht. Gekunsteld. En wat te glad en braaf allemaal.”

EK: “Zo heb ik het destijds niet ervaren. Maar laten we nu eens kijken. Het is de cd met de hologram die nu de speler in gaat. Niet dat het muzikaal uitmaakt, maar goed. Thunder dus. Albumopener en showopener in 1992. Ik ben destijds vooral gegrepen door de gitaar in het nummer omdat mijn muzieksmaak meer richting rock opschoof begin jaren ’90. Diamonds And Pearls vocht met de Use Your Illusion-albums van Guns ‘n Roses en de grunge-klassiekers Nevermind en Ten om een plekje in mijn cd-speler. Nu ik er fris naar luister valt me vooral de voortzetting van het dualiteitsthema op dat in Prince’ werk zo belangrijk is. De gitaren zijn zwaar en log, maar zeker tegen het einde (nadat het nummer na ruwweg drie en een halve minuut eigenlijk wel klaar is) gaan ze een mij nooit eerder opgevallen duel aan met meer lichte tonen die er op volgen. Eigenlijk zoals onweer ontstaat door botsende warme en koude lucht.”

PP_ThunderMK: “Mij pakt het niet zo. Thunder is voor mij direct een goed voorbeeld van dat gekunstelde. Enerzijds een strak voortmarcherende rocker met op gegeven moment typisch Prince-iaans gitaarwerk, maar aan de andere kant klinkt alles net even te gelikt. Prince lijkt in relipop-modus te raken, deze track zou bij de EO Jongerendag niet misstaan, al heeft het nog net genoeg een randje om het definitief af te schrijven. Live werkte Thunder tijdens de Diamonds And Pearls Tour daarentegen wel behoorlijk, de boemende basdrum trilde je middenrif aan flarden, het gitaarwerk was oorsplijtend goed en in z’n geheel klonk het stukken rauwer dan op de plaat, waar het haast overgeproduceerd is. Wat natuurlijk jammer is, aangezien nog maar een paar jaar daarvoor Prince een meester bleek in óndergeproduceerde nummers.”

EK: “Ik snap wat je bedoelt qua EO Jongerendag, maar tekstueel grijpt het me desalniettemin meer dan het ooit deed. Misschien komt het wel omdat we hier met dit hele PurplePicks-gebeuren op een andere manier luisteren, maar ik realiseer me nu pas dat waar Prince ‘Love’ zingt, hij gewoon ‘God’ bedoelt. (‘Love is God, God is Love’). Ik heb her en der gelezen dat mensen vermoeden dat Prince hier de openbaring bezingt die hij tijdens de slechte trip had die hem deed besluiten The Black Album terug te trekken. Ik vermoed dat het zelfs verder terug gaat. Prince heeft, zo stelde hij in 2009 in een interview, tot zijn zevende last van epileptische aanvallen hebben gehad (dat bezingt hij ook in The Sacrifice Of Victor op het PP_logo_small album overigens) en dat was voorbij nadat hij door ‘een engel’ werd bezocht. Dat verhaal lijkt verdacht veel op wat hier wordt bezongen. Daarnaast vind ik ook dit zinnetje uitermate interessant: ‘Love first came 2 me with the radio on’. God die via de radio binnenkomt is een thema dat veel vaker wordt bezongen, ook door andere artiesten (God Is In The Radio van Queens Of The Stone Age, I Of The Mourning van Smashing Pumpkins bijvoorbeeld). De dialoog met God (‘Don’t do it like that. Do it like this’) sluit ook wel aan op de dialoog in Temptation (‘Oh silly man, that’s not how it works’). Bijzonder dat 25 jaar na de originele release pas een kwartje valt bij me. Al moet gezegd dat Thunder mij wel ietjes te lang doorgaat, verder een erg puike albumopener waar veel meer in zit dan ik me herinner.”

MK: Direct daarna krijg ik bij Daddy Pop echt een beetje zo’n ‘wat is er gebeurd?’-gevoel. Op zich een prima nummer, al vind ik de tekst lichtelijk infantiel. Prince richt zich tot zijn criticasters en lijkt te willen zeggen dat hij ‘het’ nog steeds heeft. Maar als je jezelf dan Daddy Pop noemt, zou ik het in ieder geval niet serieus nemen, laat staan geloven.”

EK: Och, ik kan er wel om lachen. Daddy Pop gewoon een sterk staaltje borstklopperij van Prince, dat enerzijds zijn eigen status onderstreept en anderzijds het bandgevoel. Dit album is het eerste dat aan Prince and The New Power Generation is toegeschreven en hier hoor je ook echt Prince als voorman van een band met diverse heel duidelijke stempels die The Revolution niet wist te drukken. Er is de liefst zo veel mogelijk te negeren rapper Tony M. (die The New Power Generation als ‘the funkiest band in the land’ bestempelt), maar ook Rosie Gaines wordt bijvoorbeeld als niet te missen vocaal instrument geïntroduceerd. Zij drukt een enorm stempel. En laten we Michael B. op drums niet vergeten. Het drumgeluid is dusdanig ‘eigen’ dat het hele album een geluid krijgt dat relatief nieuw is in Prince’ oeuvre.”

MK: “Muzikaal is het dan ook zeker niet slecht, maar ook hier klinkt het overgeproduceerd. En dan breekt inderdaad ook het moment aan dat Tony M. voor het eerst opduikt in Prince’ muziek. Ik heb gewoonweg een hekel aan Tony M. Niet dat ik hem ken ofzo, dus niets persoonlijk. Maar zijn rhyming skills, man man, echt tenenkrommend. Zowel inhoud als voordracht. Sowieso heb ik de combinatie Prince en rap/hiphop nooit heel geslaagd gevonden, en vind ik het jammer dat hij zo krampachtig probeerde aan te haken en bij te blijven. En eigenlijk is het dan best sneu dat je dat een rapper recruteert die denkt dat hij Chuck D. is, er zelfs van overtuigd is dat hij de next best thing in rap is, maar naar het schijnt niet kan freestylen. Kortom, de lol is er op Daddy Pop voor mij wel af als Tony M. binnenvalt.”

EK: “Muzikaal is Daddy Pop sowieso inmiddels behoorlijk gedateerd, ook als je de raps wegdenkt. Als tijdsbeeld is het echter wel exemplarisch voor waar Prince in 1991 stond. Ook nu weer vallen me meer dingen op in de tekst dan eerder. Allereerst omdat direct mijn ‘love is God-theorie’ die ik net opperde weer onderuit wordt gehaald. Want ‘Daddy Pop is the writer and love is the book’. Prince stelt zichzelf superarrogant op in dit nummer, maar hij zou zich volgens mij nooit tot schrijver van het heilig schrift bombarderen. Hoewel… ‘You better look it over before you overlook’. Andere dingen die opvallen is inderdaad dat hij hier fel uithaalt naar critici die hebben geschreven dat Prince ‘het’ kwijt is (al is dat uiteraard wel een logische conclusie na Graffiti Bridge en Batman) en dat hij hier Michael Jackson een flinke steek onder water geeft. Die liet in 1991 een memo uitvaardigen naar tv en radio dat men hem voortaan als ‘The King of Pop’ moest aankondigen. Maar zelfs de koning heeft een Daddy…”

PP_DiamondsPearls_SingleMK: “Het titelnummer dan. Ik weet het nooit zo goed. Nog steeds niet. Is het kitsch of is het Phillysoul-achtige genialiteit? Is het Pop met een grote P of is het Disney? Feit is wel dat Diamonds And Pearls je ‘pakt’, je bij je lurven grijpt en je meetrekt in de schmaltz. Ik denk dat dit de eerste keer is dat Prince zó toegankelijk klinkt. Mainstream? Misschien. Is dat erg? Niet direct. Maar toch wel even wennen om Prince zo’n onbeschaamde knieval voor de commercie te zien maken. En vooropgesteld, ik heb niks tegen commercie, maar in Prince’ geval is dat gewoon wat vreemd. Zeker omdat het nummer doodserieus is en -ook in de video niet- geen sprankje typische tongue-in-cheek Prince humor bevat.”

EK: “De titeltrack is mierzoet en hier is het ook weer Rosie Gaines die haar stempel drukt. Prince was duidelijk erg gecharmeerd van de vocale prestaties van de zangeres en eerlijk is eerlijk, haar stem kleurt mooi bij die van Prince. Het nummer bouwt fraai op, is mooi gearrangeerd en ik snap wel dat veel mensen er dol op zijn. Toch mist het nummer ‘iets’ waardoor het me niet raakt. Ik kan de vinger er niet goed opleggen waar dat in zit. Ik vind het waarschijnlijk dus gewoon Disney en wat jij zegt, het gebrek aan humor is dodelijk. Maar goed, het is wel een Hit, met hoofdletter H.”

MK: “Humor, met een hoofdletter H, vinden we wel terug in Cream. Muzikaal tamelijk eenvoudig en rechttoe, reachtaan -met een vleugje T-Rex- maar niet minder aanstekelijk. De lyrics zijn daarentegen wel de moeite waard. In eerste instantie lijkt het een empowerment voor een vrouw, maar toen ik hem met een knipoog zag vertellen tijdens de MTV special The Art Of Musicology uit 2004 dat hij Cream schreef terwijl hij voor een spiegel zat, moest ik eerst lachen, maar ben ik het sindsdien met andere oren gaan beluisteren. Okee, da’s misschien niet helemaal eerlijk, want het doel van dit blog is dat we met frisse oren opnieuw luisteren, maar Cream wordt voor mij toch leuker met die opmerking in het achterhoofd. Want ook al zal het ongetwijfeld gekkigheid zijn, het is dan wel de typisch cocky Prince die we aan het werk horen.”

PP_CreamEK:Cream laat de vunzige Prince van weleer horen, maar hij heeft de ranzigheid in dusdanig veel metaforen verstopt dat het gewoon een grote hit kon worden zonder dat al te veel mensen doorhadden waar het liedje nu eigenlijk over gaat. Of wellicht heb ik een ‘dirty mind’. Rosie Gaines zorgt weer voor de tweede stem en dat maakt dat het allemaal heel lekker wegluistert. De ooit zo gevaarlijke Prince heeft een ander jasje aangetrokken, ik weet persoonlijk nog steeds niet of het hem zo goed staat. Het volgende segment met Strollin’ en Willing And Able bevalt me stukken beter dan ik herinner. Het jazzy sfeertje van Strollin’ is aanstekelijk, zeker nu het zulk lekker weer is buiten. Lichtgewicht, maar erg aangenaam. Willing And Able herinner ik me vooral van de liveshows en de manier waarop Tony M. daar zijn raps ongenuanceerd doorheen bulderde, maar dat is hier toch anders.”

MK:Strollin’ is weer zo’n liedje dat mijn wenkbrauwen een beetje doet fronsen. Ik bedoel, het is een lief en prettig in het gehoor liggend jazzy liedje. De soundtrack voor een zomerse wAndeling met je vriendinnetje. Maar het punt is: dat is het ook wel zo’n beetje alles. Ik heb het deze keer drie keer achter elkaar beluisterd om te horen of er een diepere laag in zit, een onderstroom die je aan de oppervlakte niet hoort maar die je meesleurt als je echt goed luistert. Iets geniaals diep in de mix die je opeens hoort en denkt: wow, dat zit er ook nog in! Maar nee. Op wat vernuftige koortjes na, oftewel Prince die zichzelf een keer of zes heeft opgenomen, is Strollin’ akelig gewoontjes.”

EK: “Dat vind ik op een zomerse dag als vandaag dus gewoon wel eens heerlijk. Gewoon een deuntje, verder niks. Al kan je stellen dat het Prince-onwaardig is. Dat maakt de studioversie van Willing And Able goed. Ruimschoots zelfs, want het nummer is eigenlijk voor het grootste deel héél erg goed. De blazersarrangementen zorgen voor swing en zijn de motor, The Steeles zorgen voor een erg fijne vocale begeleiding, de gitaar van mede-componist Levi Seacer, Jr. is smaakvol en de rap van Tony M. blijkt voor zijn doen relatief ingetogen. Er blijft een soort tweederangs MC Hammer-walm omheen hangen, maar het stoort eigenlijk niet. Onverwachte verrassing.”

MK:Willing And Able is zeker andere koek! Persoonlijk vind ik dit een van de (heel) weinige liedjes op Diamonds And Pearls waarop Prince echt iets anders probeert. Goed, hij incorporeert rap en geeft het direct een grote rol op het album. Maar Willing And Able voelt écht Anders aan. Dat komt voornamelijk door de beat, die Caraïbisch klinkt, een beetje calypso, een vleugje reggae en zelfs een snufje Afrobeat. Nu hoefde Prince van mij niet met compleet verschillende muziekstijlen te experimenteren, het gaat er immers om wat hij met die invloeden deed. En die mengeling van de Caraïbische feel met gospel werkt behoorlijk goed. Zelfs de rap van Tony M. valt hier goed op z’n plek en stoort me niet heel erg, vooral omdat hij -zoals hij zelf zegt- ‘on a mello’ zijn ding doet in plaats van de nogal in-your-face voordracht die hij normaal gesproken hanteert -zoals hij dat helaas tijdens de liveshows ook weer deed met deze rap.”

PP_GettOffMK: “Over iets anders gesproken: heeft Gett Off toevallig niet de primeur van het gebruiken van samples? Niet van zichzelf, maar samples van andermans werk bedoel ik? Dat is wat me destijds al opviel, die slimme verwijzing naar Mother Popcorn. Of hoor ik het nog steeds verkeerd en is na het door Prince gezongen regeltje uit het James Brown-nummer ook het blazersriffje gespeeld door The New Power Generation?”

EK: Volgens mij wel, qua samples.Prince samplet hier meteen wel meer trouwens, onder meer ook een stukje Feel Good, Party Time van J.R. Funk and the Love Machine en Celebrate The Good Things van Pleasure. Die laatste zat trouwens ook in Pump Up The Volume van M|A|R|R|S, maar goed. Onderwijl citeert Prince James Brown overigens (‘I like ‘em fat, I like ‘em proud’) wel verkeerd. Maar het blijft lollig!”

MK: “Het is ook de eerste keer dat ik raps uit de mond van Prince vind werken. Het is meer parlando dan rap, maar dat mag de pret niet drukken.”

EK: “Hij is inderdaad verre van de beste rapper ter wereld, het ritmisch gebabbel past wel erg fijn binnen deze funky track waarin de vunzige Prince zijn oude jasje weer aan heeft getrokken. Hij wil het lustobject 23 standjes tijdens een one night stand laten beleven en begint al buiten door haar leunend tegen een parkeermeter uit te kleden. De dame in kwestie blijkt niet de meest slanke. Prince zegt doodleuk dat ze een ‘fat ass’ heeft en dat hij heus wel hoorde dat ze uit haar jurkje scheurde toen ze ging zitten.”

MK: “Gewoon een smerige funkbeuker! Ik blijf ‘m lekker vinden, het fluitmelodietje blijft onweerstaanbaar en het gitaarwerk is heerlijk. Gett Off mikt op de onderbuik en raakt die ook vaak. En af en toe deelt het een welgemikte trap in de ballen uit. Aan de Andere kant is het wel een exemplarisch nummer voor de richting die Prince uit wilde gaan, en dat bedoel ik niet heel positief. Waar hij daarvoor op de een of Andere manier altijd een beetje in het ongewisse bleef in zijn expliciete nummers, in die zin dat je nooit zeker wist of het nummer vanuit mannelijk of vrouwelijk perspectief werd gezongen, is Gett Off echt onverbloemd. Pochend bijna, zoals een echte rapcrew betaamt. Dit is waar engineer Michael Koppelman ooit op doelde, dat Prince het belangrijk vond om hard, tough en street te zijn. Zonde, want dat paste niet bij hem. Desondanks: zalig nummer.”

EK: “Een van de onverwoestbare klassiekers op dit album, de enige die ik al die jaren ben blijven draaien.”

MK:Walk Don’t Walk dan. Net als Willing And Able ook een poging iets anders te brengen. En ik vind dat dat aardig is gelukt. Aan het begin zit er veel ‘lucht’ in het nummer, waarna een akoestische gitaar naar de tweede versnelling schakelt. De verrassing zit ‘m in het refrein; onder de shalalala’s barst geclaxonneer en een basgeluid los dat je het gevoel geeft middenin een grote stad bij het zebrapad te staan. Het zal Prince’ manier zijn om duidelijk te maken dat je in een ratrace zit, en Walk Don’t Walk vertelt je dat je daar aan kunt ontsnappen door de dingen juist op je eigen manier te doen. Het mooie is, ondanks de chaos in het refrein wordt het nummer nergens jachtig of rommelig, maar wandelt het rustig en relaxed in midtempo de 3:07 minuut vol. Geen essentiële track -voor mij althans- maar wel een verborgen pareltje met iets oorspronkelijks temidden van de vele hiphop-georiënteerde ‘me-too’ nummers op Diamonds And Pearls.

EK: Inderdaad geen essentieel nummer. Het luistert lekker weg, Rosie speelt vocaal weer een meer dan belangrijke bijrol, maar inhoudelijk is het wel een mooi statement. Durf anders te zijn, durf tegen de massa in te lopen, volg je eigen pad. Waarmee het haaks staat op het tenenkrommende Jughead. Een soort hiphop/swingbeat pastiche die nergens goed uitpakt. Maar inhoudelijk zie je hier de worsteling ontstaan van iemand die zijn eigen pad wil volgen (zoals in Walk Don’t Walk klinkt ‘Don’t walk wherever they tell u 2’) en vervolgens aan allerlei mensen gebonden zit die hun eigen plannen met je hebben. Het nummer gaat in eerste instantie over de worsteling met managers. Maar tegen het einde krijgen ook platenmaatschappijen een veeg uit de pan.”

“And you laugh at my brother Little Richard
When he says you ain’t gave him nothing.
Let’s leave him out of this Hell, that ain’t no joke.
His songs are still sellin’, that man
Could die broke. So fellow artists,
U need me… Push for yours, And watch for
Mr. Money Minder, as we settle the score.”

“Het lijkt de aanzet tot de strijd die Prince nog geen anderhalf jaar na de release van Diamonds And Pearls gaat inzetten tegen Warner Bros., zijn platenmaatschappij. Echter, hij tekent in 1992 ná de release van Diamonds And Pearls nog een contract voor zes albums ter waarde van $100 miljoen met Warner. Daar zit wel een hele redenatie achter (onder meer om de financiering van Paisley Park te borgen) maar dat specifieke contract geeft heel veel rechten en controle weg. De tekst van Jughead in acht nemend, is het tekenen van dat contract een niet te begrijpen stap. Los daarvan, echt een waardeloos nummer en wat mij betreft een dieptepunt in Prince’ uitgebrachte oeuvre.”

MK: “Een understatement! Dit is nu echt zo’n nummer waarvan ik had gehoopt dat het nooit op een Prince-album zou verschijnen. Ik meldde het al eerder dat ik het -op z’n zachtst gezegd- niet zo op Tony M. heb. Sterker, ik heb echt nooit begrepen wat Prince in die man zag om hem zo’n cruciale rol in de band toe te bedelen. Alles, maar dan ook echt alles is fout aan de raps van Tony. Zijn voordracht, de inhoud, zijn wanhopige poging street credible te zijn. Al is dat laatste ook Prince wel te verwijten, hij is immers degene geweest die besloot rap aan zijn oeuvre toe te voegen en daarvoor Tony M. te recruteren. Het enige interessante is aan het einde de dis van Tony -namens Prince denk ik- naar managers. Niet geheel toevallig had Prince na onenigheid gebroken met zijn Cavallo, Ruffalo en Fargnoli, en hier wordt nog even een trap na gegeven. Hoe dan ook, als ik de begintonen van Jughead hoor, weet ik niet hoe snel ik naar het volgende nummer wil doorskippen. Next. Please!”

PP_MoneyDontMatterEK: “Gelukkig volgt een juweeltje. Prince is niet iemand die heel sterk is in maatschappelijk geëngageerde songs. Hij staat als excentriekeling toch net te ver af van ‘de gewone man’ om in zulke liedjes geloofwaardig te zijn en vaak mist hij de maatschappelijke bagage (een leven op straat, een working class opvoeding, dagelijkse voeling met mensen die een 9 tot 5-baan hebben) die nodig is om zulke nummers daadwerkelijk kracht te geven, zoals bijvoorbeld Bruce Springsteen dat wel kan. Money Don’t Matter 2Night werkt wél omdat het vanuit ene berustend perspectief gezongen wordt. Prince is hier niet boos of verongelijkt, hij verhaalt alleen. Hij laat de armoede zien van een leven dat alleen om het vergaren van meer geld gaat, de luisteraar kan daar zelf mee doen wat hij of zij wil. Ik vind het vooral ook door de vrij terloopse manier waarop ook de muziek in elkaar steekt erg fraai.

MK: “Na Jughead vind ik het vooral een welkom rustpuntje. Maar ook nu is het weer wat gewoontjes allemaal. We waren al even gewend dat Prince rijkelijk put uit een arsenaal aan stijlen en er iets geheel eigens van maakt. Zo niet hier. Money Don’t Matter 2Night is een klassiek soul-liedje, maar er zit bar weinig ‘Prince’ in. Het onderwerp is daarentegen wel redelijk verrassend: (te) veel geld hebben is niet goed, tenzij je er iets goeds mee doet. Dat hij zelf jarenlang daad bij het woord voegde, bleek na zijn dood toen bekend hoeveel hij gaf aan goede doelen. Maar zonder die wetenschap zou het wat vreemd overkomen om Prince te horen zingen dat geld er niet toe doet, aangezien hij zoals jij net ook al aanhaalt een jaar later een waanzinnige deal met Warner Bros. sloot om zijn contract te vernieuwen. Anyway, Money Don’t Matter 2Night kabbelt dermate rustig door dat het liedje er ook niet echt toe doet.”

EK: “Ik blijf de eenvoud prachtig vinden, dubben het niet helemaal eens met je. Juist het rustige, de bijna gelaten voordracht, maakt dat ik het een essentieel nummer vind. De kracht wordt jammer genoeg niet vastgehouden op Push. Het is een van de meest gedateerde nummers op dit album met zijn onmiskenbare turn of the decade geluid van begin jaren ‘90. Er waren veel bands in die tijd die het beter onder de knie hadden, de raps van Tony M. zijn weer eens te dominant en enorm oubollig. Ik kan er niet zo veel me. Live vond ik het wel een opzweper van jewelste in de showfinale overigens. Maar op cd… neh.”

MK: “Grappig, voor Push heb ik juist altijd een zwak gehad. En nu weer. Het is een heerlijk voortdenderend funknummer met loodzware bas en doeltreffend geplaatste gitaarlicks en priemende falsetto van Prince. Daaronder gebeurt van alles, met als hoogtepunt de strijkers die door het hele nummer ronddwarrelen. Jammer genoeg doen de raps van Tony M., Prince en Rosie Gaines aan het eind afbreuk aan de empowering tekst van Push, die je aansporen volledig je eigen koers te varen. Al moet ik zeggen dat Tony zich hier aardig inhoudt en dat Prince’ rap best ingenieus is, doordat er verschillende songtitels van het album in verwerkt zijn. Toch was Push stukken krachtiger geweest zónder de raps.”

EK: “Tegen het einde is het net als op Batman tijd voor een glijer. Insatiable heet het ditmaal. Vergelijkbaar met Scandalous maar als albumtrack vind ik het misschien wel ietsjes beter geslaagd. Temeer daar er een flinke dosis humor in it.”

MK:Insatiable vind ik een lastige. Aan de ene kant vind ik het een heerlijke ballad, met diep in de mix fijne strijkers en fluit. Aan de andere kant frustreert het me mateloos. Dat komt vooral door de tekst. Het zit wat mij betreft wel goed als Prince tegen ene Martha teemt ‘2 push the little red button and I belong 2 U’. Hè, wat? Zíj (!) moet ZIJN (!!) ‘little red button’ aanraken? Dat klinkt als de Prince rond de Dirty Mind/Controversy-periode. Maar dan gebeurt wat me zo ongelooflijk frustreert: Prince censureert zichzelf!”

‘2night we video / No one will ever know
We’ll erase the naughty bits
I’ll show my (…) / If U show your (…)’

“Keyboard-aanslagen vervangen hier de ‘stoute woorden’. Man, zing dick, zing verdomme tits! De vraag is, heeft hij dat gedaan om ‘erase the naughty bits’ extra kracht bij te zetten? Vast wel, maar ik schrok er toen al van en nu weer. Voor mij was dit de doodsteek van het album. Eerst opscheppen over 23 standjes tijdens een one night stand, en nu doodleuk je eigen liedje opkuisen. Wat een tegenvaller.”

EK: “Wat juist lollig vind is dat Prince door dit soort fratsen doodleuk speelt met zijn eigen imago. Ook later in het nummer. De man die ooit Do It All Night zong en inderdaad enkele nummers eerder nog over 23 standjes aan het snoeven was, zegt hier eerst nog ‘It’s 2:45, we got all night’. Uiteindelijk blijkt hij de daad slechts een minuut of vier vol te houden. Insatiable? Wellicht, maar ook gewoon maar een man die voortijdig… Afijn!”

MK:Live 4 Love redt dan het kapseizende schip ook niet meer. Het gegeven is interessant: de tekst is geschreven vanuit het perspectief van een gevechtspiloot die bombardementen uitvoert -toen lekker actueel met de toenmalige Golfoorlog- maar die zich afvraagt waarom ‘we’ elkaar niet kunnen liefhebben in plaats van elkaar zo te haten dat we de Ander dood willen hebben. Helaas gaat dat volledig tenonder in de productie. Die is té vol gepropt met allerlei sonische trucjes en tierlantijntjes. Vreemd genoeg werkte die geluidsgrapjes wel in Prince’ gloriejaren in de jaren ’80, pakweg van 1985 tot en met 1988, maar nu gaat dat ten koste van de kwaliteit van sommige liedjes, zoals deze.”

EK: Ik moet juist door die effecten altijd een beetje gniffelen. Van de computerstem die aftelt tot Prince die in de rol van een getroebleerde (slechte jeugd, school niet afgemaakt, in combinatie met oorlogstrauma) gevechtspiloot die bommen moet gooien en godbetert Tony M. die het engeltje op de schouder van de piloot een stem geeft. Ik snap de boodschap, maar wat ik eerder ook al zei, Prince mist de bagage om dit soort nummers overtuigend te brengen en de geluidseffectjes maken het eerder komisch dan dramatisch. Zijn gekrijs tegen het eind met de gierende gitaar op drie en een halve minuut redt de boel voor mij nog nipt. Maar als het nummer in feite al klaar is plakt Prince er nog een minuut of drie aan vast met daarin nog eens zo’n tenenkrommende rap.”

MK: “Concluderend is het eigenlijk grappig, of beter: frappant, als ik terugkijk op Diamonds And Pearls. Toen ik het album net had, was ik best enthousiast, het klonk goed en strak, Prince klonk scherp, en het deed allemaal coherent aan. Toen ik vaker luisterde, viel me op dat het allemaal eigenlijk wat gewoontjes was, en dat Prince dat probeerde te maskeren door een enorm arsenaal aan productietrucjes aan te boren. En nu, na herbeluistering, valt Diamonds And Pearls me best tegen. Er zijn maar een paar echte uitschieters, het merendeel is goed, maar -en misschien niet eerlijk dat ik dit zeg- naar Prince-maatstaven absoluut niet verrassend of ‘eigen’.”

EK: “Ik ben positiever dan ik had verwacht. Wat mij eigenlijk het meest frustreert is dat ik albums graag onderga als een langere luistertrip van begin tot eind. Ik zie/hoor de lijn vanaf Thunder tot waar je na Live 4 Love als luisteraar wordt achtergelaten niet goed. Daarom wellicht heb ik Diamonds And Pearls (overigens destijds Prince’ commercieel best presterende album in jaren, met vijf singles) nooit zo heel hoog gewaardeerd. Nu ik ‘m opnieuw heb beluisterd moet ik mijn initieel iets negatieve mening bijstellen. Als album werkt het voor mij nog steeds niet goed, maar het is absoluut beter dan ik me herinner en heeft in Thunder, Willing And Able, Money Don’t Matter 2Night en Insatiable toch een aantal nummers in zich die ik de komende tijd, naast het Gett Off dat ik toch nog af en toe draaide, weer vaker op ga zetten.”

MK: “Er circuleert een bootleg met de originele configuratie en uitvoeringen van (de meeste nummers van) Diamonds And Pearls, genaamd Diamonds And Pearls Beginnings. Daarop is pas goed te horen dat het album een heuse team effort was, live ingespeeld door The New Power Generation. En het aparte is, dat levert een album dat vele malen beter en strakker is dan het uiteindelijke resultaat. Michael Koppelman, de engineer van het album, waar ik het eerder over had, zag met lede ogen aan dat Prince maar bleef sleutelen aan de nummers zoals Live 4 Love, ook nog Gett Off erop zette ten koste van een van Prince’ betere nummers, Schoolyard, en het album ten slotte over- en daarmee doodproduceerde. Zonde, want live -zoals je kunt zien bij zijn mini-concert in de Arsenio Hall Show- spatte de energie eraf bij Prince en de band en was Diamonds And Pearls in potentie dus een erg goed album.”


PP_014_DiamondsAndPearls_albumDiamonds and Pearls

  1. Thunder
  2. Daddy Pop
  3. Diamonds and Pearls
  4. Cream
  5. Strollin’
  6. Willing and Able
  7. Gett Off
  8. Walk Don’t Walk
  9. Jughead
  10. Money Don’t Matter 2 Night
  11. Push
  12. Insatiable
  13. Live 4 Love

Release: 1 oktober 1991
Hoogste albumlijstnotering in Nederland en België: 6 (NL) | – – (BE)
Waardering: ***
Essentiële nummers: Thunder (EK), Cream (MK), Willing And Able, Gett Off, Money Don’t Matter 2Night (EK)

Diamonds And Pearls luisteren of kopen:
Tidal | Spotify | Bol.com

3 gedachten over “Diamonds And Pearls (1991)

  1. Commerciële knieval van de meester die een hitalbum nodig had en dat produceerde. Het geheel is te glad, maar bevat mooie momenten. Op plaat vind ik Tony M. zo slecht niet. Hij is vooral live dramatisch. Mooie introductie van een goede band (die retestrakke drum van Michael B. in Live 4 Love)?

    1. De drums zijn inderdaad alsof hij een heipal de grond in aan het slaan is, Henk! De bijdrage van Michael B is geluidstechnisch is overigens wel een van de grootste verschillen met het ‘oude’ werk, dat door de Linn-drummachine werd gedomineerd.

Geef een reactie