The Slaughterhouse (2004)

Net als The Chocolate Invasion een digitale exclusive voor NPG Music Club leden en dus is The Slaughterhoude een tamelijk obscuur album gebleven in Prince’ oeuvre. Terecht? Feit is dat het Purple Picks-team zich er moeilijk toe kon zetten.

EK: “Voordat we beginnen, wil ik toch even een constatering doen. We hebben sinds we dit blog startten in januari 2016 echt behoorlijk de pas er in gehouden en nu we bij The Chocolate Invasion en The Slaughterhouse zijn aangekomen, stokt de trein een beetje. Vooropgesteld, we hadden beiden ook heel wat andere dingen aan ons hoofd en bij drukte schieten dingen er weleens bij in. Maar als ik voor mezelf spreek, moet ik toch ook zeggen dat ik er weinig vaart mee heb gemaakt omdat ik op een of andere manier deze albums ook minder belangrijk lijk te vinden in de totale catalogus. Ik merkte ook dat ik The Slaughterhouse vandaag aanslinger met een ‘okee, het moet maar’-zucht. Misschien komt het wel door al die dingen uit de kluis die nu ineens naar buiten komen, die ik alleen al vanwege het ‘niet eerder gehoord’-gehalte machtig interessant vind!”

MK: “Ik kan me absoluut vinden in je gedachte. Inderdaad, er zijn in ons beider levens de afgelopen tijd andere zaken geweest die ons flink bezig hielden. Voor jou vooral je boek -waar ik her en der al enthousiaste reacties over lees, geweldig!- en voor mij een wat drukkere periode en daarnaast helaas zeer trieste familiale omstandigheden. Die beide zaken maakten dat Purple Picks even minder belangrijk was.”

EK: “Hee, het echte leven is altijd belangrijker!”

MK: “Maar toch is dit project voor mij dermate belangrijk dat het niet ophoudt te bestaan -nou ja, uiteindelijk wel natuurlijk, maar niet nu al. Dus bij deze vanuit mezelf aan onze lezers toch excuses dat de regelmaat er een beetje uit was. Maar wat je zegt, dat heeft ook deels te maken met het vorige album en deze.”

EK: “Dat is toch ook voor een groot deel muzikaal. Opener Silicon beukt er direct ruw in met een elektronische beat en daar overheen een rap die mij niet heel erg weet te bekoren. Het is met zijn ‘welcome 2 The Slaughterhouse’ erin verwerkt is overduidelijk een intro voor de rest van het album. Wat ik wel geinig vind is dat er op een gegeven moment – net op het moment dat ik instinctief door zou zappen naar een volgend nummer – het zinnetje ‘This is the kind of stuff that requires patience, nevermind the rhyme just relax and wax the song’ langs komt. En inderdaad, met geduld komt een stukje wat mij wel wat lekkerder in het gehoor ligt. De track pakt me echter nergens écht.”

MK: “Dat regeltje is wel geinig inderdaad. Maar ik kan het verder niet zo heel goed plaatsen. Niet zozeer wat onderwerp betreft, dat is een regelrechte aanklacht van nieuwbakken veganist Prince tegen de vleesindustrie en de consumptiemaatschappij: ‘While U eating all the bloody chicken and dead prawn / Mickey D. shake and a filet mignon
/ Swearing up and down U the picture of health, now come on!’ Hij blijkt ook direct tamelijk extreem in zijn opvattingen; hij is ervan overtuigd dat ‘dood dierenbloed’ het menselijk immuunsysteem aantast en daarmee vatbaar is voor allerlei ellende: ‘Leave that blood alone / Don’t U know that dead blood kills interferons / Making the immune system victim 2 whereupon / Any known virus can boot up and log on’. Opletten dus dat je niet in die ‘silly con’ -geinige woordspeling, Prince, ghe!- trapt.”

EK: “Overigens, het hele ‘bloed-gebeuren’ is rechtstreeks te herleiden naar Prince’ geloofsovertuiging. Jehovah’s Getuigen mogen geen ander bloed tot zich nemen. Niet via een transfusie, maar ook niet door vleesproducten zoals bloedworst of iets anders waar het daadwerkelijke bloed in is verwerkt als ingrediënt. Nu leidt dat bij de meesten niet direct tot een veganistische levensstijl, maar dat is natuurlijk wel de beste manier om het binnenkrijgen van bloed volledig uit te sluiten. Afijn, dat terzijde.”

MK: “Maar dan de muziek. Op de een of andere manier pakt het wel, de groove is wel aardig, maar toch heb ik er een beetje een ambivalent gevoel over. Het is toch wat vlak allemaal, te plastic. De manier waarop Prince de teksten brengt, helpt daar ook niet bij. Mompelrappend met telkens de nadruk op de ‘-on’ in het laatste woord van een regel, ook als je die niet als zodanig zou uitspreken, daar word ik een beetje kriegel van. En da’s toch jammer, aangezien ik het inhoudelijk wel interessant vind dat Prince duidelijk stelling neemt.”

EK: “Ook het eveneens zwaar op een rappende Prince leunende S&M Groove pakt me niet. Al vind ik die vanwege het funky ritme en het fijne gitaarwerk wel wat lekkerder. De licks zijn heerlijk droog gespeeld en af en toe gaat hij op de achtergrond nog even kort los met de gitaar. De raps van Prince maken dat ik het nummer toch niet zo waardeer.”

MK: “De groove en die venijnige licks van Prince’ sologitaar zijn inderdaad fijn. Alleen, bij de titel zou ik een beat verwachten die knalt, striemt en schrijnt als een zweep, maar is helaas nogal tam. En ook hier weer een volop rappende Prince -wat ik nooit echt geslaagd gevonden heb; als hij dan niet zingt, hoor ik hem veel liever in parlando, zoals in Joy In Repetition, of heeeel laidback, zoals in Muse 2 The Pharoah. Ik heb absoluut niks tegen rap, sterker, ik ben zwaar fan van bijvoorbeeld Kendrick Lamar, maar Prince mist gewoon de skills om echt een goede rap af te leveren.”

EK: “Sterker nog, hij mist ook de skills om echt goede rappers aan zich te binden. Het is het zelfs in de beste gevallen steeds net niet.”

MK: “Het enige positieve aan zijn rap in S&M Groove is dat het klinkt alsof hij zijn rhymes door een megafoon spuwt, maar dat is het dan wel.”

EK:Y Should Do That When Can Do This? is er wederom eentje waarop Prince rapt, maar hier vind ik het eigenlijk wel fantastisch werken. Zeker als halverwege de blazers erbij komen trekt dit nummer me wel naar binnen, een kolkend feestplaatje met een heerlijk zenuwachtig basje. Weet je waar het me een beetje aan doet denken? Release It van The Time op Graffiti Bridge. Je mist bijna de saxofoon van Candy Dulfer in het intro, dat gevoelsmatig hetzelfde is voor mij.”

MK: “Verdomd, daar zeg je wat! Inderdaad zeg, het heeft er zeker veel van weg op de een of andere manier. Mij doet het verder echter niet veel. Vooral omdat het de derde achtereenvolgende track is waarop Prince volop rappend te horen is. Dit keer over een nerveuze beat -een versnelde sample van James Brown’s Funky Drummer?- is het een regelrechte boast rap waarin Prince de vloer aanveegt met artiesten die nog nat achter hun oren zijn:

‘Until U’re playing in front of 70,000 U’ll never know, nigga
This a grown folks job
All the young dogs need 2 recognize’

Opa vertelt, of nee, hij schept op. En dat is denk ik de eerste keer dat Prince zichzelf presenteert als een Peter Pan-achtige artiest die naar eigen zeggen moeiteloos mee kan met de jonkies en zichzelf al even heeft bewezen, maar overkomt als een knorrige krasse knar die maar weinig opheeft met de muziek van nu.”

EK: “Heh, dat is een prachtige vergelijking! Spijker op de kop!”

MK: “Er is niet veel mis met de wijze artiest uithangen die alles al heeft gezien, maar doe dat dan niet in een battle-achtige, opschepperige rap. Dat siert hem gewoon niet, ook omdat hij, zoals ik al zei, de skills mist om een strakke rap neer te leggen.”

EK: “En dat is al jaren zo, nog een teruggrijpen op Graffiti Bridge, waarin Prince ook in superlatieven (en in battle-vorm) over zichzelf rapt in The Latest Fashion:

‘Trying to beat me like playing pool with a rope
My funk will leave ya dead cause it’s good and plenty dope
All in all I’m still the king and all y’all the court
If you thinking about ruling me ya better get abortions’

Dus… het heeft er nooit echt ingezeten hè? Dat mogen we wel constateren inmiddels. En dat is ook wel mooi, het besef dat een muzikaal genie kennelijk toch een blinde vlek had, in ieder geval wat betreft zijn eigen kwaliteiten binnen een bepaald genre. Goed, door met Golden Parachute, wat is vernoemd naar het Amerikaanse equivalent van een gouden handdruk. Wat mij betreft tekstueel wel een essentieel nummer, daar het duidelijk uiteen zet hoe Prince over de platenindustrie denkt. Naar verluidt gaat dit nummer specifiek over Clive Davis en is het een reactie op het debacle dat Rave Un2 The Joy Fantastic was en het niet veel later volgende vertrek – met gouden handdruk – van Davis bij platenlabel Arista. De tekst liegt er niet om. ‘2 own every piece of intellectual property – this is our goal’ en ‘Applauding one who in truth created nothing, nothing… in essence, a fraud’.”

MK: “Bij eerste beluistering dacht ik dat Prince het gewoon over iemand had die een gouden handdruk kreeg. Maar opeens besefte ik me: het gaat over Prince! Maar, dacht ik direct, hij heeft zijn contract toch gewoon (nou ja) uitgediend, zij het door het leveren van zeer middelmatig werk en was daarna vrij man. Pats! Daar schoot het me opnieuw te binnen: Prince beschouwt in Golden Parachute zijn hernieuwde contract, dat hij afsloot in 1992 en dat op het eerste gezicht 100 miljoen dollar waard was, als een gouden handdruk:

‘Here’s 50 million dollars — go’n leave us alone
In appreciation 4 all the creations we now own — do U wanna?
U brought us jazz, rhythm & blues, hip-hop
Even soul, ohh, golden parachute
2 own every piece of intellectual property — this is our goal’

De ‘us’ in de teksten is Warner Brothers, die Prince (de ‘U’) naar eigen zeggen een smak geld neerlegden voor de muziek én Prince’ intellectueel eigendom.”

EK: “Goed punt! Over wie het ook gaat, ik vermoed at het een opeenstapeling van frustratie van zijn onderhandelingen met alle labels tot dat moment is, hier ligt ingekapseld waarom Prince zo’n moeite had met het werken met labels. Hij maakt zich hard voor zijn rechten en vindt het niet eerlijk dat anderen pronken met werk dat zij niet gedaan hebben. Nu kan je uren discussiëren over de muziekindustrie en Prince heeft zeker niet voor de volle 100% zijn gelijk, maar hier heb je wel zijn standpunt heel helder. Muzikaal vederlicht, als het fluitje van Najee dat er doorheen fladdert. Maar inhoudelijk eentje die duidelijk is en terug zou moeten komen in iedere beschouwing over Prince’ omgang met labels.”

MK: “Ja, volledig met je eens. Al viel me nog iets op: in ’92 wilde Prince volgens mij niets liever dan een megacontract, maar stootte hij zich blijkbaar twee keer aan dezelfde steen, nadat hij dus als jonkie zijn eerste contract tekende. Dat maak ik althans op uit een regel als: ‘17 years old, misled by so-called parachute / Down this cold road (Do U wanna) / Into this web of deception’. Tjonge. Muzikaal dus een niemendalletje, maar tekstueel des te boeiender.”

EK: “In de vroege jaren ’90 buitelden de labels over elkaar heen om met recordcontracten voor ‘de grote namen’ te komen. Janet Jackson, R.E.M. en Madonna gingen Prince voor. Ik vermoed dat hij als artiest die eigenlijk al op zijn retour was niet achter wou blijven en de overtreffende trap wou zijn. Tegelijk had hij door allerlei verkeerde investeringen (de Lovesexy tournee was een grote verliespost, de Graffiti Bridge-film idem, Paisley Park kostte veel meer dan het opbracht) een serieus cashflowprobleem. Dus de reden voor het tekenen was – zo speculeer ik – deels blinde ijdelheid, deels bittere noodzaak. Goed, ik dwaal weer af, we zijn in onze reviews de 90s ver voorbij! Terug naar 2004. Hypnoparadise had een fijne dansvloerrampestamper kunnen zijn. Maar de productie is mij net te veilig. Het had allemaal wel wat vetter aangezet mogen zijn. Het eind doet me en beetje denken aan Thunder op Diamonds And Pearls en die vergelijking laat ook horen wat ik er aan mis. Thunder is ook aalglad, maar met pit en een meer rauw gevoel. Dit is me allemaal zo… blij! Maar niet met oprecht klinkende blijheid gebracht.”

MK: “Ik had het niet beter kunnen verwoorden. Ik vind het op zich wel interessant dat het -voor mij althans- in het midden blijft of hij het tegen/over een vrouw heeft of God.”

EK: “Dat is inderdaad mooi, de ‘savior’ in deze kan zowel menselijk als goddelijk zijn, goed gedaan.”

MK: “Maar voor de rest, tja. Het is mij ook allemaal wat te gladjes, het mist absoluut een scherp randje. Ik vind het vooral erg kitscherig allemaal, en dan met name de leadline en het refrein. Nu is er op zich weinig mis met kitsch hoor, dat kan best te pruimen zijn, maar dan mag het wel een stuk meer tongue in cheek zijn. En dat is Hypnoparadise zeker niet. Wat het wél is: te lang. Prince had het met gemak met een minuut of drie kunnen inkorten.”

EK: “Dat geldt voor wel meer tracks op dit album. Andere kunnen wel wat langer doorgaan, zoals Props N’ Pounds. Lekker laidback en funky en doet me een beetje aan sommige Stevie Wonder-nummers denken. Dat zit met name in de toetsenpartijen. Let ook op het baswerk, dat ik erg fijn vind. Het basje lijkt soms zijn eigen leven te leiden en komt toch steeds goed uit. De samples van Kurt Loder van MTV neigen mij een beetje te veel naar zelfpijperij. Waarom zou je iemand anders die lyrisch is over je werk in je eigen liedje samplen? Toch vind ik het een aangenaam deuntje! Op repeat voor nu!”

MK: “Weer zo’n goeie! Ik zat al te denken waar dit nummer me nou qua gevoel aan deed denken, en het heeft inderdaad een hoog Stevie Wonder gehalte. Al doen de bas en toetsen me op momenten ook aan Sly & The Family Stone denken. Even los van die merkwaardige samples van Kurt Loder vind ik het wel een aardig nummer. Wat ik er goed aan vind, is dat Prince de blijde boodschap en zijn pleidooi voor positiviteit weet te verpakken in een evenzo blij liedje. Het klinkt allemaal tamelijk onschuldig, maar de boodschap is wel degelijk behoorlijk zwaar. Dus props voor het feit dat die religieuze touch niet heel erg opvalt. Al trok ik dan weer wel mijn wenkbrouwen op door de paar laatste regels: ‘What’s in the Trojan Horse? Lubrication / Nothing goes in my woman except The Son’. Uhh, wat??”

EK: “Hahha, nu je het zegt! Dat kan ik dus nooit meer normaal beluisteren. Bedankt hoor! Hahaha! Wat op dit punt opvalt, is dat The Slaughterhouse wel veel meer een echt album is ten opzichte van voorganger The Chocolate Invasion, terwijl ze toch beiden in feite verzamelde losse tracks bevatten. Marthijn, jij zei in onze The Chocolate Invasion dat je gezien de titel een Prince die zich van zijn ‘zwartste’ kant liet horen had verwacht. Dat is wat The Slaughterhouse over vrijwel de hele linie wel doet. Het album is vooral erg funky. Northside is er ook weer eentje waarbij de kale funk leidend is, waarmee het zo in hetzelfde straatje als meer bekende tracks Sexy MF of Black Sweat te schuiven is. Niet dat het niveau van die nummers wordt gehaald, maar het is er wel eentje die bij mij groeit nu ik er voor het eerst in ruim tien jaar weer naar luister. Het nummer is – en daar hebben meer tracks op dit album last van – her en der wat eentonig en dit is er ook typisch eentje die te lang doorgaat. Maar het pakt wel.”

MK: “Ja, je hebt zeker een punt. The Slaughterhouse mag dan niet uitblinken in echt geweldige nummers, coherent is het wel. Helaas is ook Northside niet helemaal wat ik er van had verwacht, gezien -ook nu weer- de titel. Je zou denken dat een ode aan de plek waar Prince opgroeide, het noordelijk deel van Minneapolis, een veel beklijvender nummer zou opleveren dan dit. Okee, het funkt aardig weg, de jabs van de blazers zijn prettig, de gedubbelde saxsolo doet in de verte denken aan Prince’ beste werk met Eric Leeds, maar ik denk toch echt dat ze heftiger funkten in Noord-Minneapolis dan Prince claimt met ‘this is how we funk on the Northside’. Dit is toch een beetje teveel een te lang voortkabbelende schets in plaats van een echt gedetailleerde schildering van de scene waar Prince in rondhing.”

EK: “Thematisch past Northside wel bij het in hetzelfde jaar uitgekomen Musicology, maar het is niet sterk genoeg voor op dat comebackalbum. Het daarop volgende Peace weet ik niet zo goed, het lijkt op meerdere gedachten te hinken. Het is in mijn oren eerder een nummer dat bijvoorbeeld op een New Power Generation-album terecht had kunnen komen, maar op het eind hoor je dan weer zo’n skit met hysterisch gelach dat zo bij The Time kan horen. Denk aan Yount op hun Pandemonium-album.”

MK: “Ja, die skits aan het begin en einde irriteren me enorm. Ik zie ook de humor niet zo, ook al neemt Prince zichzelf als een kruising tussen een hysterische priester en een comedian flink op de hak. Juist die skits horen thuis op een NPG- of The Time album inderdaad. Het nummer zelf vind ik eigenlijk wel okee. De drums, zowel tempo als klank, doen met denken aan Pheromone, maar dan minder agressief en metalig, en de bas -gespeeld door Larry Graham- is prettig stuwend. Wel jammer dat Larry Graham op gegeven moment de microfoon krijgt en de op zich prima boodschap ‘The rewards that we share will be based on what’s fair / And not the curliness or the thick of our hair’ als een hijgerige dominee meent te moeten brengen. Het geeft me meteen de creeps. Maar dat kan ook komen omdat ik niet zo’n fan ben van de man, vanwege de invloed die hij heeft gehad op de opvattingen en overtuigingen van Prince sinds diens bekering tot de Jehovah’s Getuigen.”

EK: “Heb je het boek van Mayte al gelezen? Ze blijft nog netjes, maar als ze het geloof waarin Prince zijn heil zoekt omschrijft als ‘the gospel according to Graham’ weet je wel hoe de vlag erbij hangt. Die invloed is ongetwijfeld ook een basis voor 2045: Radical Man. Je verwacht een explosieve track na dat spannende intro. Wat volgt is echter een wat voortkabbelende track vol geluidjes en vooral veelvocale lagen die Prince heeft toegevoegd. Net als Golden Parachute is dit er ook weer eentje die Prince’ standpunten over de muziekindustrie heel helder schetst:

‘How can a non-musician discuss the future of music
From anything other than a consumer point of view?
These people make decisions for the bulk of us
Without consulting any of us
Sales and distributions of our futures
If this world were fair and right
They’d give up the car keys this very night
Damn, hit it’

Later wordt het apocalyptisch. Het lijkt er op alsof Prince echt een boodschap neer wil zetten in dit nummer, voornamelijk ook over de toekomst van de mensheid. Maar omdat het muzikaal zo kabbelt en inhoudelijk nergens to the point komt, komt de boodschap niet echt krachtig aan.”

MK: “Komt nog bij dat zijn boodschap nou ook niet bepaald helder te noemen is. Het is allemaal wat cryptisch. Het is dat de prekerige intro die jij net aanhaalt een stevige tik uitdeelt naar de muziekindustrie en de graaierige bobo’s, maar dan een beetje zwammen over een ‘destruction of the radical man by 2045’ helpt dan niet echt bij het maken van je punt. Op zich vind ik het wel een lekker nummer verder, op de extra geluidjes na, zoals het kassagerinkel na ‘brand new currency’, maar het is eerder een losse jam dan een gestructureerd nummer dat je tussen de ogen raakt. Maar dat is -samen met de eentonigheid van een aantal nummers- wel een beetje het euvel van dit album.”

EK: “Afsluiter The Daisy Chain… tsja, wat zal ik eens zeggen? Het begint wel aardig, maar bij het rapsegment waarin DVS zijn kunsten mag vertonen – wederom dus weer net niet de juiste rapper gekozen – raakt de track mij definitief kwijt. Het zwalkt een beetje stuurloos voort. Op het eind zit er nog een zoemende bas van Larry Graham in die The Jam van zijn eigen Graham Central Station nog net niet plagieert… ik voel het allemaal niet zo.”

MK: “Ik ook niet. Ik zag er ooit een video van, en die is net zo stuurloos als het nummer. En waar gaat het over?? Wat is de Daisy Chain dan? Prince legt het nergens uit, het lijkt wel alsof hij maar wat losse lyrics bij elkaar heeft gegooid en deze ook over een improviserende jam heeft gelegd. Die me nu ook weer zeker twee minuten te lang duurt.”

EK: “Het rare is dat nu ik het weer eens van begin tot eind heb gehoord, ik nog steeds niet kan zeggen waarom ik deze luisterbeurt steeds voor me uit heb geschoven. Er zijn ontegenzeggelijk mindere Prince-albums die ik vaker draai. Het heeft denk ik te maken met het feit dat het een digitaal album is en ik toch nog steeds graag dingen uit de kast pak. Het is net alsof deze er (net als The Chocolate Invasion en Xpectation) niet helemaal bij hoort, ofzo.”

MK: “Tja, ik heb zelf nooit zo’n moeite met digitale versies. Sterker, ik heb vrijwel alles op harde schijf staan. Ooit ontstaan uit ruimtegebrek, al heb ik nog drie verhuisdozen vol silver discs met audio- en videobootlegs staan. Maar goed, ik dwaal af. Ik denk zelf dat het gewoon te maken heeft met het feit dat Prince twee platen heeft gevuld met kliekjes, zonder ook maar enige lijn of visie aan te brengen. The Chocolate Invasion en The Slaughterhouse zijn echt compilaties, en ook wel een beetje als zodanig gepresenteerd. Kijk, Prince Ultimate of andere compilaties zijn verzamelingen met het beste werk uit Prince’ voltallige carrière tot dan toe. Maar deze twee albums kun je met goed fatsoen niet beschouwen als ‘Best Of’, al dan niet die periode.”

EK: “Het zijn kliekjes inderdaad, maar als ik vanuit dat oogpunt toch een plus moet noemen, dit album is ondanks het samenraapselgehalte veel meer een geheel dan ik dacht. The Slaughterhouse laat een funky Prince horen die zich ontspannen door de liedjes heen werkt. Tegelijk is het allemaal misschien ook wel net iets te vrijblijvend. Als hij een echt punt wil maken (Golden Parachute of 2045 Radical Man) mist de muzikale stootkracht om echt een dreun uit te delen.”

MK: “Ja, en ook dat is opvallend. Je zou denken dat de simpelheid van de muziek de boodschap extra zou laten uitlichten. Zeg maar zoals dat wél gebeurt bij bijvoorbeeld Forever In My Life. Maar de muziek van Golden Parachute en 2045 Radical Man missen het vernuft dat de kale nummers van Prince ooit wel hadden. Vrijblijvend inderdaad, in plaats van beklijvend en urgent.”

EK:Y Should Do That When Can Do This?, Golden Parachute en Props N’ Pounds zijn de nummers die er voor mij uitspringen en die ik nog wel eens vaker wil gaan opzetten. Ik weet echter niet of ik het essentieel werk wil noemen.”

MK: “Ik weet dat eerlijk gezegd wel zeker. Die drie nummers hebben hun momenten, Golden Parachute vind ik tekstueel wel essentieel, maar de voortkabbelende muziek verpest dat een beetje voor mij. Ik durf dit album, laat staan een aantal nummers, gerust als niet-essentieel te bestempelen. Hoe dan ook, blij dat deze twee erop zitten, haha. Ik verheug me nu al op 3121, toch wel stukken beter dan The Chocolate Invasion en The Slaughterhouse.”

EK: “Yes, laten we ons oude ritme weer eens terugvinden vanaf 3121!”


The Slaughterhouse

  1. Silicon
  2. S&M Groove
  3. Y Should Do That When Can Do This?
  4. Golden Parachute
  5. Hypnoparadise
  6. Props N’ Pounds
  7. Northside
  8. Peace
  9. 2045: Radical Man
  10. The Daisy Chain

Release: 29 maart 2004
Hoogste albumlijstnotering in Nederland en België: – – (NL) | — (BE)
Waardering: *1/2
Essentiële nummers: – –

The Slaughterhouse luisteren:
Het album staat op Tidal en Spotify:

2 gedachten over “The Slaughterhouse (2004)

  1. 1,5 ster is wel erg zuinig mijn in ziens. Ik vind hem minstens net zo goed als Musicology. Het is zoals jullie ook al zeggen lekker consistent. Dit album heeft wat mij betreft dezelfde feel als Musicology alleen is die soms bewust commercieel gemaakt omdat dat album moest scoren. Dit album is veel funkier en meer compromisloos.

    Eens dat dit album er niet echt bij lijkt te horen, omdat ik dit album alleen illegaal kon krijgen (zoals de meesten) lijkt het toch meer op een bootleg terwijl dat eigenlijk niet zo is, erg jammer, dit zou iedereen makkelijk moet kunnen beluisteren (en niet alleen via Tidal).

Geef een reactie